JW Roy gooit het roer om

door Bart Ebisch - Off The Record, maart 2008

 

JW Roy knoopt met een knoert van een ijzeren ketting zijn fiets vast aan een lantaarnpaal. Met het ijzerwerk zou je zelfs een vrachtschip aan land kunnen ankeren. Moet ook wel in Amsterdam, jatstad. Zie het tevens als een innige omarming. Tien jaar woont en werkt de slagerszoon uit Knegsel, Noord-Brabant, inmiddels in Amsterdam. Hij zou er niet meer weg willen. Het thuisgevoel inspireerde hem tot zijn eerste Nederlandstalige plaat.

Hij steekt de straat over naar Eik en Linde, waar hij in negen jaar geleden zijn huwelijksfeest vierde. Het is het gezellige bruine café, waar Ischa Meijer zijn befaamde praatprogramma's opnam. Jan-Willem verkeert in een roes sinds hij gisteravond met band in de Kleine Komedie zijn nieuwe cd live presenteerde. Moe, maar vooral voldaan. De adrenaline stroomt nog. Dan is drie uur 's middags een goed moment om een biertje te bestellen.

“Het mooiste was toen ik mijn vader na afloop zag in de foyer. Hij straalde, haar helemaal in de war, hij zag er werkelijk ruig uit. Zijn gezicht sprak voor het eerst over mijn muziek. Weet je, ik zou wielrenner worden, de slagerij overnemen, maar het werd rock ‘n’ roll. Daar liet pa me vrij in. Hij zei nooit veel, was niet scheutig met complimenten, moeder trouwens ook niet. Wel  waren ze trots, dat hoorde ik via-via, vooral over Laagstraat 443, mijn dialectplaat. Toen overleed mijn moeder, in maart 2006. Ik schreef er een liedje over, Tijd, dat we gisteravond speelden. Ik voelde aankomen dat het fout ging met moeder. Die avond moest ik optreden in Groningen, in ‘t Zielhoes in Noordpoorderzeil, een heel eind weg. De dokter zei dat het nog wel kon. Ik was er amper toen het telefoontje kwam. Of ik snel naar huis wilde komenIk was net op tijd in Brabant. Ik hield haar hand vast, die was al koud. Twintig minuten later is ze overleden.”

Hier in de voortuin van Artis is zijn titelloze plaat min of meer geboren. Daar waar zijn fiets zit vastgeklonken aan de lantaarnpaal ontmoette hij Guus Meeuwis. In De Plantage, waar ze twee jaar geleden allebei promotiewerk deden. Guus was onder de indruk van Laagstraat 443. Of ze niet samen iets konden doen? Een vriendschap was geboren en inmiddels is Roy co-auteur van twee nummer 1-hits en begeleidde hij Meeuwis in een uitverkocht PSV-stadion. Omgekeerd vertolkt Meeuwis een gastrol op de nieuwe cd van Roy. Zingt mee op Mijn vriend en gaf allerhande raadgevingen.  ”Wat ons bindt? ‘Het is de Brabantse grond’, zegt Guus altijd.”

Het is voor Jan-Willem een klein stukje naar huis op zijn fiets. Hoe vaak kwam hij onderweg Rick de Leeuw niet tegen? Hij herkende de vroegere zanger van de Tröckener Kecks, andersom niet.  Totdat ze een keer samen in België optraden. Op de terugweg - hij bood De Leeuw een lift aan - ontstond dichtend-zingend een vriendschap, op de nieuwe cd van de Brabander beklonken met enkele teksten van de voormalige Kecks-zanger.

Kitchen Table Blues schreef ik thuis aan de keukentafel, wanneer de kinderen sliepen. Speelde ik heel zachtjes om ze niet wakker te maken. Nu steek ik de straat over en duik de oude studio in van de Kecks en kan ongestoord mijn gang gaan. Daar is de plaat ook opgenomen.” 
Niet bepaald Wisseloord, zeggen de kekke fotootjes op het binnenhoesje.  Een gezellig rommelboeltje, lolbroeken, koppen die stralen, maar die ook een avondje doorzakken verraden. Muzikanten voor het leven. Rock 'n roll.

Maar waarom een nieuwe koerswijziging? Countryrocker met zijn One Night Band tien jaar geleden werd singer-songwriter op Kitchen Table Blues en vervolgens dialectzanger op Laagstraat 443. En nu dan poëtisch beproever van het Nederlands poplied. Niet langer sober-alternatief en daarmee voorbehouden aan een kleine groep Americana-liefhebbers, maar lichtvoetiger, melodierijker met trendy blazers, reikend naar een groter publiek. Het eerste wapenfeit: JW Roy werd meteen cd van de week bij Radio 1.

“Mijn allereerste twee platen - André Hazes en John Denver - daar zit mijn carrière in opgesloten. Via The Babys en Meat Loaf kwam ik uit bij John Hiatt en Townes van Zandt. Allemaal Amerikaanse voorbeelden; logisch dat je dan in het Engels gaat zingen. Gerard van Maasakkers loodste me met As ge ooitrichting dialect. Ik had Kitchen Table Blues klaar en had nog liedjes over. Daar kwam Laagstraat 443 uit voort. Zingen in je moerstaal gaf me meer ruimte om te schrijven, ontdekte ik, gaf me meer gereedschap. Rabobankblues had ik nooit in het Engels kunnen schrijven. Ik ging nadenken. Hiatt is nostalgie, Brabant eigenlijk ook. Inmiddels woon ik tien jaar Amsterdam, thuis spreken we met onze drie kinderen Nederlands. Rick zette me op het spoor die avond, Guus deed er een advies bovenop, evenals mijn vrouw. Er zit verrekte veel soul in onze taal. Dat had André Hazes goed begrepen.”

De vraag is of zijn fans de ommeslag gaan waarderen. Muziekliefhebbers zijn als krantenlezers. Iedere wijziging aan de formule wordt met argusogen gevolgd. Bedacht op kritiek is Roy dan ook. “Iedere stap levert nieuwe fans op, maar tegelijk kritiek van oudere fans. De een is verknocht aan Round Here en haakt af bij Laagstraat 443. Dat zal nu niet anders zijn. Wat telt is de herinnering aan dat optreden in de Kleine Komedie en de samenwerking met die geweldige muzikanten en Ilse DeLange. Wat iedereen ook gaat roepen - voor mij is dit project nu al geslaagd.“