JW Roy: 'Ik kan nu veel meer vertellen'

door Paul Stramrood - Heaven, juli/augustus 2008

 

Hij voelt steeds zich beter op zijn gemak in zijn moerstalen Brabants en Nederlands. De rootspolitie heeft het daar wat moeilijk mee. Americana is Engelstalig, en JW Roy (39) heeft een jaar of tien in de voorhoede gezongen. “Ze moeten zich schamen. In je eigen taal zingen, dat is te prijzen. Laten ze het zien als een verrijking, want dat is het. Ik wil zingen zoals ik ben.”

Het terras grenst aan theater De Schalm in Veldhoven. Zes uur voor het slotconcert van de voorstelling Geen Wereldtitel zijn Jan Willem en zijn muzikanten al aan het testen en opstellen. Het is warm, maar gelukkig met windkracht 4 en het marktpleintje is een trekgat. Twee koffie en voor JW een shagje. De anderen blijven bezig in de koele duisternis van het theater.
De anderen zijn gitarist Bart-Jan Baartmans, pianist Gabriël Peeters, bassist Gerald van Beuningen en drummer Jeroen Goossens. Manager, boeker en steun en toeverlaat Kees Spruit, eertijds bassist in JW’s One Night Band, verkoopt cd’s in de pauze en na afloop.
Het concert moet mooi worden, a. omdat dat altijd moet, b. omdat het het laatste van de theatertour is, en c. omdat het ‘thuis’ is, niet ver van Knegsel, JW’s geboortedorp. “Ik zal hier nooit meer wonen. Amsterdam, daar ga ik niet meer weg. We hebben net een nieuw huis, aan het IJ. Ik zal ook niet nog een cd in het Brabants opnemen. Ik ben niet van de nostalgie.”

Overstappen op Brabants en Nederlands was helemaal niet de bedoeling. Gerard van Maasakkers zette Jan Willem Roy (hoort eigenlijk uitgesproken te worden als het Franse woord voor koning, maar tegenwoordig zegt iedereen Roj) op het spoor. De Brabantse troubadour had JW’s Broken Wings vertaald tot As ge ooit. JW vond het mooi, maar vroeg zich af of hij wel Nederlands wilde en vooral kon schrijven. Dat had hij na zijn allereerste liedje - over de woningnood, iedereen lachte hem uit, hij was een jaar of dertien - nooit meer gedaan.
Toen kwam Rick de Leeuw. De zanger van Tröckener Kecks kreeg van JW een lift naar Amsterdam nadat ze toevallig allebei in Baarle-Rixtel hadden moeten optreden. Het ging natuurlijk de hele reis over muziek. Praten en zingen. “Ik dacht dat je in het Nederlands nooit dingen zo mooi kon zeggen als in het Engels. Bij Rick merkte ik dat dat bestond. Poëtisch, sterk. Ik had nog melodieën genoeg. Daar ben ik teksten bij gaan schrijven. Dat ging wonderlijk gemakkelijk, in een roes. Ik kon ineens ook schrijven over de dood bijvoorbeeld, en dat ik graag leef. In het Nederlands ben ik een beginneling, maar ik ben er klaar voor. In het Engels komt het heel vaak neer op de liefde, die deugt, half deugt of niet deugt, dat is het wel zo ongeveer.”
Dat album in zijn moerstaal werd Laagstraat 443, vernoemd naar het huisadres van JW’s boezemvriend en gitarist Ruud van den Boogaard, waar het album werd opgenomen. De twee kennen elkaar sinds de vierde klas lagere school. “Ik bleef zitten, toen al, en hij kwam erbij.”

De teksten moesten in het Nederlands, maar dat was niet genoeg. “Mijn eerste niet-Engelstalige plaat moest in mijn eerst geleerde taal, vond ik. Brabants dus.” Hij overwon zijn twijfel of hij in dat dialect wel kon schrijven. “Daniël Lohues zei nog tegen mij: ‘Dialect schrijven, dan krijg je pas te maken met de taalpolitie’.”
Moeder en vader waren trots zonder dat in veel woorden te zeggen. De critici waren verdeeld.
“Veranderingen roepen altijd sympathie en weerstand op. Het is ook confronterend. Het klinkt kaal, daar schaam je je misschien voor, daar moet je doorheen. Ik bekommer me ook niet over hoe het verder gaat. Ik weet wat ik wil en zie wel hoe het gaat.”
De criticasters zou JW graag te woord staan, en dan in het Engels. Niet om ze een plezier te doen, om duidelijk te maken hoe het zit. “Als wij nu ons gesprek in het Engels zouden voeren, waren we snel klaar, sneller dan nu in ieder geval. We kunnen ons eenvoudig niet zo duidelijk en genuanceerd uitdrukken als in onze eigen taal. Jij bedenkt een vraag, in het Nederlands, en vertaalt die in het Engels. Ik vertaal jouw vraag terug in het Nederlands, bedenk een antwoord en vertaal dat in het Engels. Dat gaat ten koste van wat we bedoelen. Ik denk dat die critici het
snel zouden begrijpen.”

Schrijven in het Engels sprak vanzelf toen Jan-Willem Roy op pakweg zijn vijftiende had vastgesteld dat hij hoe dan ook in de muziek zou belanden. “Ik hang nog steeds aan mijn eerste twee platen. Bij de Bijenkorf kocht ik, twee voor de prijs van één, Live in het Concertgebouw van André Hazes en 20 Grootste Successen van John Denver. Volkse muziek, allebei. Helden heb ik niet, helden verlammen. Townes Van Zandt vind ik altijd goed, die Amerikaanse muziek, afkomstig uit Europa, is mijn muziek. Sinds ik americana zong, luisterde ik eigenlijk nergens anders naar. Mijn Engels heeft zich ontwikkeld van slecht naar matig naar goed.” In besprekingen van zijn oudere albums duikt geregeld verbazing op over JW’s goede uitspraak. “Ik ben pas in 1994 voor het eerst in Amerika geweest.”
Zijn debuut ’Round Here kwam uit in 1996, opvolgers Deeper Shades en Keep It Coming zetten hem stevig neer als aanvoerder van de Nederlandse americana. Kitchen Table Blues (2004) bevestigde in al zijn eenvoud die status. Laagstraat 443 en JW Roy, begin dit jaar verschenen, laten muzikaal eigenlijk niets anders horen. De teksten spreken een andere taal, de muziek niet. “Het is heel leuk iedereen te laten horen, en sommigen geven het ook toe, dat ik nog steeds dezelfde muziek maak als toen.”

Jan Willem Roy geniet. Hij is met plezier gitarist in Guus Meeuwis’ band bij diens grote shows, gaat in het najaar met hem op clubtournee, zingt mee op de cd van Rosemary’s Sons, schrijft voor anderen - zo schreef hij mee aan praktisch alle liedjes op Hemel Nr.7, het succesvolle album van Guus Meeuwis - en vond Ilse DeLange, Rick de Leeuw en Meeuwis bereid bij te dragen aan zijn cd JW Roy. “Dat zijn geen collega’s, dat zijn bevriende muzikanten. De laatste drie jaar heb ik alleen maar leuke dingen gedaan. Dat houd ik nog wel tien jaar vol.”
Vijftig optredens per jaar is mooi. “Ik leef nu tien jaar van de muziek. Het gaat langzaam maar goed. Mensen haken af, mensen haken aan - we houden een mooie club over.” Eén ding zou hij graag bereiken, liet hij zich tegenover De Leeuw in een tv-interview ontvallen: een behoorlijke zaal uitverkopen. “Liefst Paradiso. Dat dus over mijn naam schuin zo ’n sticker ‘Uitverkocht’ staat.”

De Schalm in Veldhoven loopt voor driekwart vol. JW en zijn troupe doen hun laatste show. Hij is ontspannen, zelfs als een gitaar dienst weigert - zijn favoriete nog wel - en als een koppel in de zaal niet heel blij is met een toespraakje, hoe kort ook. “Ik was gebeld door een kennis, die had verteld dat jullie in de zaal zaten om iets te vieren en dat jullie het erg leuk zouden vinden als ik jullie even noemde.” Reactie ongeveer nul. De hele zaal maakt dat goed bij het wielerverhaal.
JW was een getalenteerd jeugdrenner. “Ik heb één koers gewonnen. Daar is een foto van, ik met de armen in de lucht, het peloton achter me. Die foto hing mijn vader in zijn slagerij. Jullie kennen Ad van Meurs, muzikant, uit Eindhoven? Die maakte een singletje, Wheels. Op het hoesje zette hij een foto van Raymond Poulidor die de Aubisque beklom. Op het laatste moment mocht hij die niet gebruiken. Hij wist dat mijn foto in de slagerij hing, racete naar Knegsel, rukte de foto van de muur en gebruikte die voor het hoesje. De single kwam terecht bij Mart Smeets in zijn programma For The Record. Hij las mijn naam en zei: ‘Dat is toch die americanazanger?’ Ik kreeg een uitnodiging voor zijn avondshow in de Tour. Daar heb ik een liedje voor geschreven, Niet alleen. Het gaat over Erik Zabel, de enige die ik geloofde toen hij dopinggebruik bekende en spijt betuigde. Ik heb Erik Zabel ook de cd gegeven” De zaal geniet. JW slaat een akkoord aan en begint.
“Die verhalen tussendoor doe ik ook pas sinds ik Nederlands zing. In het Engels had ik niks te vertellen. ‘Dank u wel, en dan nu…’ Ik merk dat ik genoeg te vertellen heb. Het publiek is geïnteresseerd, daardoor gaat het ook gemakkelijk.”
De laatste show van is voorbij. Jan Willem Roy en zijn band komen terug voor twee toegiften. Hij nodigt iedereen uit voor een biertje na afloop in de foyer. Het blijft Brabant, natuurlijk.