Bij JW Roy zegeviert het Nederlands

door Tom Springveld - FaceCulture, april 2010

 

Met Weet het zeker... levert singer-songwriter JW Roy weer een Nederlandstalige plaat af. Dat is na JW Roy (2008) de tweede, mits je het in Brabants dialect gezongen Laagstraat 433 (2005) en livealbum JW Roy Leeft(2008) niet meerekent. "In het Engels kwam ik, ook al had ik iets anders in mijn hoofd, altijd weer bij de liefde uit."

Jan Willem Roy (1968) - toegewijd liedjesschrijver, romanticus, theatertroubadour – woonde tot zijn 26e bij zijn ouders in het Brabantse dorpje Knegsel. Lang werkte hij er in de slagerij van zijn vader. De verhuizing naar de grote stad, eerst Utrecht, later Amsterdam, betekende het begin van een carrière als singer-songwriter, in 1997 bezegeld met het Engelstalige debuutalbum 'Round Here. Met de drie daaropvolgende albums vestigde Roy zich definitief in de top van het Nederlandse  songwriters-gilde, om in 2005 vrij onverwacht de overstap naar Brabants dialect te maken. “Er zijn mensen weggegaan,” bekent Roy, “maar daar zijn er ook veel voor teruggekomen.” En dan lachend: “Ik heb echt werk genoeg.”

Is het Engels definitief een gepasseerd station?
“Niet per se, maar we spelen in de theaters en veel van de mensen die daar komen weten al niet meer dat ik in het Engels zong. Als ik nu weer een Engelse plaat zou maken, waar ik trouwens niet de behoefte toe voel, zou dat ontzettend verwarrend worden, ook voor mezelf. Ik heb wel in gedachten om nog een keer in projectvorm een Engelse plaat te maken. Ik vind het nog steeds een enorm mooie taal.”

Wat kun je in het Nederlands kwijt dat je in het Engels niet kwijt kunt?
“Engels is beeldender, poëtisch bijna, maar met mijn vier Engelse platen had ik op een gegeven moment toch wel een soort opgedroogde bron, qua thematiek. Ik kwam, ook al had ik iets anders in mijn hoofd, altijd weer bij de liefde uit. Op die Brabantse cd staan liedjes over Van Gogh en de dood: dat was voor het eerst dat ik over zulke onderwerpen kon schrijven, omdat ik die taal meer machtig ben. Ook op de nieuwe cd staat een aantal liedjes op die ik in het Engels niet had kunnen doen. Sinds ik in het Nederlands zing merk ik dat de verhalen die ik tijdens een theatershow kan vertellen, ineens te maken hebben met de inhoud van de songs. Soms ben ik wel tien minuten aan het kletsen, terwijl ik vroeger meteen met het volgende nummer begon. Ik heb meer met de inhoud van de liedjes gekregen. Dat is wel winst, voor mezelf.”

In het Nederlands is het gemakkelijker om de eerste impuls te vertalen naar een liedje dan in het Engels?
“Ja. Zelfs een dialoog van hele korte zinnetjes kun je bij wijze van spreken al vol op een melodie leggen. Bij het Engels moet je toch echt na gaan denken. Je wilt natuurlijk wel bovengemiddeld goed schrijven in het Engels. In de autobijvoorbeeld is een simpel, kort liedje over een autoritje met mijn zoon. Hij was anderhalf en sprak nog niet, dus er was weinig dialoog. Normaal gesproken gaan kinderen rond hun eerste spreken, maar hij was een soort zwijger. Dat is hij nog steeds: een jongen die het zwijgen verstaat. Toen stelde ik me voor dat hij wel eens een dichter zou kunnen zijn. Dat hij veel meer nadacht dan dat hij sprak. In dat liedje zitten heel weinig woorden. In het Engels had dan toch echt een probleem gehad.”

Waarom ben je destijds in het Nederlands gaan zingen?
“Ik had gewerkt met Gerard van Maasakkers. Hij zong in Brabants dialect. Destijds had ik een cd in het Engels af (Kitchen Table Blues (2004)) en gelijk al weer melodieën voor een volgende. Dat was te vlug, dus toen dacht ik: een mooi moment voor een project. Dat vond ik ontzettend spannend en leuk, maar tegelijkertijd ook heel eng. Zingen in een taal die iedereen verstaat: ik schaamde me de eerste keer. Dat betekent dat die Engelse taal ook een soort schuilplaats was. Ik heb er (na Laagstraat 433) twee jaar over gedaan om te beslissen of de volgende plaat Nederlands of Engels zou worden. Uiteindelijk won het Nederlands, omdat ik daarmee meer ruimte kreeg om de inhoud vorm te geven.”

Je speelt voornamelijk in het theater. Hoe verschilt het theater van popzalen?
“Het grote verschil is dat de mensen zitten. Er is een soort natuurlijke hiërarchie, eigenlijk, die ik soms ook als niet-prettig ervaar, want ik wil ook dat ze meekomen, dat ze meedoen. Dus ik probeer dat heel snel te verbreken. Dat lukt niet altijd, maar vaak wel. In het theater heb je het voordeel dat zelfs een vingerknip door de hele zaal te horen is. Dus je kunt heel goed, soepel en rustig je muziek laten horen zoals jíj dat wilt. Als je in een popzaal of kroeg staat moet je dat anders benaderen. Je moet een andere opwinding teweegbrengen om het publiek erbij te houden.”

Op JW Roy leeft vertel je over schrijftripjes naar Bergen aan Zee met Guus Meeuwis. Doen jullie dat nog steeds?
“Het staat weer in de planning voor na de zomer. Dan gaat Guus weer werken aan een nieuwe cd en staan er inderdaad blokjes in de agenda, van drie dagen of zo. Dan gaan we op pad om te schrijven. Als je heel gestructureerd aan een plaat wilt werken is het wel fijn als je je er écht op kunt richten.”

Wat biedt de nabije toekomst verder, muzikaal gezien?
“Na de zomer ga ik weer ontzettend veel schrijven met en voor anderen. Maar ook maak ik samen met mijn vrouw, die schrijft, een project over de Acht Zaligheden; dat zijn acht Brabantse dorpen die eindigen op -sel. Zij gaat uit ieder dorp één persoon interviewen en maakt foto’s. Daar komt een boekje van. Ik maak acht liedjes, over ieder dorp, over ieder persoon één. Er komen acht concerten, theatervoorstellingen. Ook Frank Lammers gaat daaraan meedoen. Hij beeldt de mensen uit en wij gaan de muziek maken. Ieder dorp krijgt zo zijn eigen concert.”