Ontmoetingen met een Brabants genie

door Denvis - Frits, april 2010

 

Maart 2003. Vliegtuig naar Austin, Texas. JW Roy en ik zijn uitgenodigd om op muziekfestival SXSW te spelen. JW herinnert me aan mijn alcoholische staat van zijn. “Ik zag je bij de overstap in Washington en dacht: ‘Die komt het vliegtuig niet meer in.’” Vervolgens heb ik schijnbaar een stelletje gesommeerd om op te schuiven omdat ik niet meer in staat was over ze heen te stappen. Maar gelachen dat we hebben. Uiteindelijk constateert Jaap Boots van de VPRO dat JW’s hotelkamer een nog grotere puinhoop is dan die van mijn rockband The Spades.

Twee maanden later loop ik over het Leidseplein in Amsterdam en wordt teruggefloten door een enthousiaste JW, met aan zijn zijde Roel Spanjers. Ze zijn aan het straatmusiceren voor de stadsschouwburg. Lekker een beetje spelen en centjes verdienen aan de toeristen. Iets wat ik zelf ook ontelbare keren heb gedaan. Respect voor de man die altijd wil spelen.

En dan nu, zeven jaar later, staat Jan Willem Roy in Carré. Het kan verkeren in de muziek. Laten we het erop houden dat hij in de lift zit. JW is terug van nooit weggeweest. Deze Jongen met het Gouden Keeltje en de blues in ziel en vingers blijft ons verrassen. Hij heeft een nieuwe plaat uit, Weet het zeker... Ja, en er komt in het najaar alweer een nieuwe. En dan nog een, maar daarna... Daarna moet hij het theater weer in. Om jaloers op te worden.

Zaterdag 27 februari pik ik zijn bandlid Gabriël Peeters (toetsen/gitaar) op voor een optreden in het pittoreske Austerlitz. Vanavond speelt JW Roy in het Beauforthuis, een mooi theatercafé in de bossen. De soundcheck klinkt al prachtig. Het belooft een mooie avond te worden. Na de soundcheck schuift JW aan. Als we dan met zijn tweetjes effe gaan zitten voor een goed gesprek tussen twee Brabo’s wordt maar weer eens duidelijk wat JW’s kracht is. Altijd zichzelf gebleven en vooral ook trouw aan zijn muziek. Dat hoor je meteen terug.

J.W. Roy weet het zeker. Wa weet jij wa ik nie weet, verrekte betweter?
“Ja kijk... Dat is de titel van het theaterprogramma en die moet je twee jaar van tevoren al aan de theaters opgeven. En ik wist helemaal nog geen pakkende naam voor de tour. Maar ik herinnerde mij een situatie van vroeger. Ik zei toen ik een jaar of veertien was tegen ons ma: ‘Ma, ik hoef niet meer naar school, want ik word muzikant. Dat weet ik zeker!’ Dus nu kan ik mijn theater- en plaattitel eigenlijk pas verklaren.”

Druk?
“Ja, en dat vooral ook zeggen tegen anderen, dat is een echt mannending. Ik heb ook nog eens drie kinderen. Dat telt ook mee. Mijn cd is klaar. Nu loopt de theatertour. Ik doe ook mee aan de nieuwe theatertour van Freek de Jonge en natuurlijk dadelijk de stadionconcerten met Guus Meeuwis. Dan hebben we het alleen nog maar over dit voorjaar. Voor het najaar staat een project op stapel dat De 8 Zaligheden heet. Acht interviews over acht Kempische dorpen in een boek, met cd en vervolgens een theatershow in elk dorp. Daarna weer schrijven met Guus en dan is het jaar alweer voorbij. Ik doe ook veel met Vlamingen. Roel van der Stukken en een nieuwe meid, Tatyana Storm. Volgende week zit ik bij de Gouden Harpen omdat Frans Bauer een liedje van mij gaat zingen. Lachen!!!! Het is zo gaaf om allerlei leuke dingen te kunnen doen.”

Eindelijk eer van je werk als je opeens aan grote artiesten als Gerard van Maasakkers en Guus Meeuwis je nummers kunt slijten, of nie dan?
“Ongelooflijk! Het liedje Tranen gelachen van Guus hebben we met z’n drieën gemaakt in Bergen aan Zee. Drie maanden later spelen we het in een stadion en dan zingen dertigduizend mensen het mee. Dat is de voldoening. Dat is een eer. Wat ooit zo klein begon en dat dan zo groot uitpakt.
Ik merk dat er steeds meer volk op mijn muziek afkomt. Ik zie mezelf nog fietsen van Steensel naar Knegsel om een zanginstallatie te versjouwen. Ik ben ooit begonnen met het bandje Sezyou. Ik was veertien jaar. Samen met Ruud van den Boogaard uit Knegsel. Repeteren bij Ruud in de koeienstal. Op de opnames hoor je de dames loeien.
Het werd al snel JW Roy in plaats van een band. Niet veel later leerde ik mensen als Roel en Erik Spanjers kennen. In Steensel nota bene. Iemand als Eric van Dijseldonk en last but not least Gabriël Peeters. Hij neemt nu mijn platen op. Ooit begonnen als drummer, maar hij kan supergoed opnemen. Gabriël speelt ook elk instrument. Ik noem hem mijn adjudant extraordinaire. Zijn studio heeft een uitzonderlijke sound. Hij benadert de muziek anders. Het is het vermelden waard om te laten weten waar hij mee bezig is.”

Weet je het allemaal zeker?
“Om maar eens over mezelf in de derde persoon te spreken: J.W. Roy weet het zeker!”