Mee de wind op kop, op het grote blad

door Willem Jongeneelen - BN De Stem, 23 juni 2012

Alle betrokkenen zijn zo trots als een pauw. Wat begon als een idee van drie journalisten met een biertje tijdens een feestje in de Amsterdamse Herengracht, is anderhalf jaar later uitgemond in een album waaraan alles klopt: De Sint Willebrord Sessies Vol. 1: Sporthuis Hubert. Vol liedjes die ademen, bol staan van de symboliek, romantiek en tragiek. Bert Wagendorp (columnist De Volkskrant) is samen met Nando Boers (journalist NUSport) en Dirk Jan Roeleven (televisiemaker NTR en VPRO) initiatiefnemer van het project. “Ik houd van verhalen. Er is geen enkele sport waar zoveel verhalen aan hangen. Omdat het vroeger ook zo’n onzichtbare sport was. Die moest het hebben van verslaggeving achteraf en reacties van de betrokkenen zelf. Zelfs nu het een tv-sport geworden is, blijft er altijd iets ondoorzichtigs achter zitten. Je kunt er heerlijk over blijven speculeren. Voetbal speelt zich af met twee keer elf jongens binnen vier lijnen. Dat is een stuk transparanter. Wielrennen onderscheidt zich van alle andere sporten. Het speelt zich af in de echte wereld, over echte wegen. Dat is toch wat anders dan tafeltennis. Ook de hardheid spreekt mensen aan, het genadeloze karakter.”

Wagendorp verklaart dat hij nooit had kunnen denken dat het resultaat zo mooi zou worden. Alles viel steeds exact op zijn plaats en via de een volgde de ander. Platenbaas Ferry Roseboom omarmde het plan, hij vroeg wielerfanaat en singer-songwriter JW Roy om de kar te trekken, die stelde een geweldige band samen en producer Frans Hagenaars kwam in het wielerdorp bij uitstek met de lege werkplaats van oud-mecanicien Hubert van Hoydonk op de proppen als studio. Het benodigde geld voor de zaken die toch betaald moesten worden, werd na slechts drie telefoontjes volledig ogehoest door de drie professionele Nederlandse wielerploegen: Rabobank, Vacansoleil en Argos-Shimano. Wagendorp: “Dit alles is het resultaat van improvisatie en keepersgeluk. Eén ding wisten we steeds zeker: we vragen alleen mensen die echt iets hebben met de sport. Het is wonderbaarlijk dat het in die kleine ruimte mogelijk was dit geluid vast te leggen. Het ging in een razend tempo, de huiskamer van Annie en Hubert zat constant vol en de zangers en muzikanten leverden in een paar uur een prestatie waar ze anders soms weken aan mogen sleutelen. Goede mensen op de juiste plaats met een gemeenschappelijke liefde. Jan Willem Roy was een godsgeschenk. Wat een positief mens is dat. Gewoon doorgaan, lol maken, maar ondertussen wel serieus werk leveren. Hij kan met iedereen overweg; van de buurman van Annie tot alle artiesten en toevallige passanten. Het was een komen en gaan. Sporthuis Hubert was een zoete inval en Annie zette maar weer een nieuwe kan koffie.”

JW Roy is al heel zijn leven gefascineerd van fietsen. Buiten zijn gezin zijn muziek en wielrennen de zaken waar hij voor warm draait. De in het Brabantse Knegsel geboren slagerszoon was vanaf zijn achtste ruim tien jaar lid van wielervereniging TWC Tempo in Veldhoven. “Wielrennen is van oudsher een katholieke sport. Vandaar dat de sport vooral in Brabant, maar ook in Vlaanderen en Italië zo populair is. In België zit dat opgesloten in alle lagen van de bevolking. Vlamingen hebben met fietsen wat Nederlanders hebben met schaatsen. Het is een cultuuronderdeel in Vlaanderen. Ze hebben ieder jaar die klassiekers, terwijl Nederland maar af moet wachten wanneer die Elfstedentocht weer eens verreden wordt.” Roy kreeg carte blanche voor het samenstellen van de lijst artiesten die op de cd hun speciale liefde voor de sport of het sociale aspect van fietsen bezingen. “Gerard van Maasakkers zingt over verbroedering. In de tourclub op zondag rijdt Jo mee. Zijn vrouw heeft hem verlaten en hij kan het eigenlijk niet bijbenen. Over het verdriet wordt door de mannen niet gepraat, maar hij krijgt een duwtje tegen zijn kont om weer aan te sluiten.”

Op de cd handelt het over kampioenen, de dood of de gladiolen, een kermiskoers, met je hoofd in de wolken en het snot voor de ogen naar boven klimmen en met de kop omlaag diep in de beugel een bocht missen. Er is een ode aan de eeuwige belofte op de Col de Madelaine, met poëtische zinnen die uit de pen van Jean Nelissen zijn geleend, en de proloog is een beginselverklaring van schrijver Tim Krabbé voor niet-wielrenners: ‘De leegheid van die levens schokt me.’ Roy: “De cd vormt ondanks al die verschillende benaderingen en uitgangspunten toch een geheel. Omdat de liefde voor de sport echt is en iedereen met dezelfde band op dezelfde plaats zijn nummer opnam. Het was of daar, of niet. De werkplaats was klein en technisch was het niet de meest gemakkelijkste ruimte, met al die wielen aan de muur en het plafond. In 2005 heb ik mijn cd Laagstraat 443 in mijn huiskamer opgenomen, dus als het daar kan, dan kan het overal. Ik weet zeker dat de artiesten in een studio niet half zo goed geklonken hadden als hier. Eerst kregen ze koffie van Annie in de keuken, en als ze dan de werkplaats/opnamestudio binnenstapten dan roken ze de olie. Je ruikt daar letterlijk de koers. Dat helpt, zeker weten.”

Naast de romantiek van de sport is er ook plaats voor tragiek. Jan Willem Roy vertelt over dat ene lege plekje aan de wand bij Hubert van Hoydonk. “Daar hing ooit een foto van een overleden renner. Die hebben ze gebruikt om op de kist te zetten bij de uitvaart. Hubert hangt er nooit meer een andere foto.” Op de cd worden ook een aantal overleden renners geëerd. Guido Belcanto bezingt het treurige leven van Elefantino, de Italiaanse klimmer Marco Pantani, en Rick de Leeuw schreef een prachtig gedicht over de vorig jaar in de Giro verongelukte Vlaamse renner Wouter Weylandt. Roy: “Het rugnummer 108 dat tijdens het ongeval op zijn prijkte, wordt als eerbetoon nooit meer uitgegeven in de Ronde van Italië. Het gedicht van Rick was er al, ik heb er muziek onder geschreven. In mijn hotelkamer in Etten-Leur, de avond voor de opnamen, op mijn iPhone. De cadans klopt. Het is Wouter die traint. Op het eind gaat hij dood, maar zwelt de melodie als contradictie juist aan. Zowel Rick als ik zijn blij dat dit eerbetoon zo mooi is geworden. Ik werd ook nog gebeld door de Gazet van Antwerpen dat Ploegsteert, het eerbetoon van Het Zesde Metaal aan Frank Vandenbroecke eigenlijk ook niet op de cd mocht ontbreken. Het kwam te laat, maar op de cd staat dat dit Volume 1 is van de sessies. Het is niet aan mij, maar wie weet, in de toekomst…”

Volgens JW Roy ademt veel in de omgeving van ’t Heike naar wielersport. De belangstelling tijdens de opnamen was steeds bijzonder groot. “Mensen horen dat het echt is. Dat voelen ze.” Het was een komen en gaan van bekenden. Naast Jan Jansen, de behulpzame Rini Wagtmans en de als schrijver bij het project betrokken Peter Winnen kwam ook een van de grote helden van Jan Willem voorbij: Johan van der Velde. “Hij bezat alle eigenschappen die dat wielrennen ze fascinerend maken. Hij had dat noestige, maar is ook wel eens in het verkeerde mes gelopen. Gelukkig is hij er weer helemaal goed bovenop gekomen. Dat leven past ook wel bij deze streek. Die was arm vroeger. De mensen in Sint Willebrord hadden moeite het hoofd boven water te houden. Maar ze houden wel van doorduwen. Dat is een eigenschap die letterlijk helpt bij fietsen. Cadel Evans zou nooit uit Sint Willebrord hebben kunnen komen.” Al dan niet speciaal gevraagd, vormen een groot deel van de passanten bij Sporthuis Hubert het koor in het nummer Kampioenen: Naast Johan van der Velde zijn onder meer Martin van Steen, Michael Boogerd, Koos Moerenhout, Pierre Pellenaars, Dione de Graaff en Bert Wagendorp aanwezig.

De muziek heeft al dienst gedaan tijdens het fietsen door JW Roy tegen onder meer Herman van der Zandt van de NOS Met Het Oog Op Morgen Wielerbokaal. ,,Ik had constant het nummer Verlangen Naar De Koers van Alex Roeka in mijn hoofd. Wat ook prima werkt is Ik Kom Hier Boven van Guus Meeuwis. Die muziek heb ik geschreven met als tempo 110 beats of pedaalslagen per minuut. Dat is het tempo dat Lance Armstrong altijd aanhield. Dat vind ik dan weer grappig om te weten.” De Sint Willebrord Sessies Vol. 1wordt afgesloten met het mooiste nummer van de cd: Aan De Meet. Het nummer, handelend over een naderende dood, werd geschreven door Raymond van het Groenewoud, maar wordt hier gezongen door JW Roy zelf. “Hij wilde het lied niet zelf komen uitvoeren, maar de tekst van Aan De Meet is veel te mooi om niet te gebruiken. Het nummer gaat in de Top 10 komen van uitvaartsongs, daar ben ik zeker van.”